logo

Coccidiose

Coccidiose is infectie door een parasiet in de darmen. Een fret raakt geïnfecteerd door het opnemen van gesporuleerde oöcysten (dit zijn gerijpte eitjes van de parasiet) rechtstreeks uit de omgeving (door ontlasting van een andere geïnfecteerde fret of een besmette kooi). Maar ook door het opeten van een geïnfecteerde tussengastheer (bijvoorbeeld muizen) kan een fret besmet raken. Deze darmparasieten kunnen in kleine, ongevaarlijke hoeveelheden in de fret aanwezig zijn zonder dat de fret ziek wordt. Ze zijn dan drager van de parasiet. De parasieten vormen pas een probleem als ze zich plotseling gaan vermeerderen.

In dat geval wordt het darmkanaal aangetast, wat in milde gevallen resulteert in (groene) diarree. In ernstige gevallen wordt de ontlasting wateriger en kan er zelfs bloed in de ontlasting voorkomen. De fret droogt hierdoor snel uit, verliest gewicht, wordt lusteloos en wil niet meer eten en/of drinken. Daarom is het raadzaam om dan zo snel mogelijk naar een dierenarts te gaan, die de ontlasting kan onderzoeken op oöcysten.

De symptomen van coccidiose treden meestal op tijdens of vlak na stress, bijvoorbeeld door een verhuizing, een nieuwe fret erbij, een lange autorit, bij frettenspeeldagen of bij een verminderde weerstand door ziekte.

Bij een tijdige ontdekking en behandeling van coccidiose is deze infectie niet dodelijk. Maar als er te lang gewacht wordt met medicatie, zal de fret door uitdroging en bijkomende bacteriële infecties komen te overlijden. Er zijn geen vaccinaties mogelijk tegen coccidiose. Behandeling van coccidiose kan door een antibioticum waar sulfamethoxazol en trimethoprim in zit. Dit is beter bekend onder de merknaam Sulfatrim (of Bactrimel).

Bij een coccidiosebesmetting is hygiëne erg belangrijk. De oöcysten die in de ontlasting mee naar buiten komen, vormen sporen die de omgeving besmetten. Naast het geven van medicatie, moet de omgeving zoals de kooi daarom dagelijks goed schoongemaakt worden, evenals de voerbakken en drinkflesjes. Alle fretten - dus ook fretten die geen symptomen vertonen - moeten dan behandeld worden om (her)besmetting te voorkomen.

Omdat de besmetting ook kan overgaan op andere huisdieren zoals honden, konijnen en katten, is het raadzaam om ook deze dieren te laten onderzoeken.

Ticket info - call 800-555-1212