Fretten onder narcose kunnen zelf hun lichaamstemperatuur niet meer reguleren en om onderkoeling tegen te gaan, wordt er tijdens een operatie gebruik gemaakt van warmtematten om het lichaam van de fret op temperatuur te houden. En na de operatie wordt soms gebruik gemaakt van warmtekruiken. Het is van groot belang dat deze warmtebronnen niet te heet worden, want bij onzorgvuldig gebruik van deze matten en kruiken kunnen na een paar dagen brandwonden bij fretten ontstaan. Helaas worden de verwondingen door onervaren dierenartsen of eigenaren niet altijd herkend als zijnde brandwonden.
Een voorbeeld hiervan is een kleine albinofret uit een particuliere kleine opvang die medio februari dit jaar werd gecastreerd. Er was 1 balletje niet ingedaald, waardoor de operatie langer duurde en er complicaties optraden. In de opvang raakte de fret in shock en ging men met hem terug naar de dierenarts. Daar werd hij behandeld tegen de symptomen met o.a. een infuus en antibiotica. Ook werd hij warm gehouden omdat zijn lichaamstemperatuur veel te laag was. Er kwam bloed uit alle openingen van de fret en daarbij braakte hij veelvuldig. Een dag later was de fret weer terug in de opvang en werd ook daar weer tussen warmtekruiken gelegd.
Een paar dagen later ontdekte men dat de fret een soort van bloeduitstorting op de zijkant van zijn lichaampje kreeg. Men nam aan dat het van de castratie kwam. Weer een paar dagen later werd de wond groenig en kreeg rode randen, waarna de huid korsten vertoonde. Na een telefonisch consult met de dierenarts werd er geopperd dat de fret een huidinfectie had, die werd behandeld met Surolan, een zalf tegen o.a. huidinfecties.
Na verloop van tijd liet de huid los en ontstond er grote open wond en de wondranden waren hard geworden en opgekruld als gelooid leder. In totaal heeft de fret 6 weken lang met deze afschuwelijke en zeer pijnlijke wond rondgelopen, die inmiddels onder zijn oksel begon en eindigde bij zijn knietje. Omdat het sterftecijfer onder fretten in de kleine opvang zeer hoog was, gingen andere opvangen eind maart polshoogte nemen. Daar ontdekte ze de zwaar vermagerde fret in kwestie en namen hem mee om hem door hun eigen reguliere dierenarts te laten nakijken.
Deze dierenarts constateerde dat de wond een gruwelijke 3e graads brandwond was. De fret werd onder narcose gebracht om de dode wondranden en ander afgestorven weefsel weg te snijden, waarna ze probeerden om de wond zoveel als mogelijk weer te hechten. De wond werd voor een deel gehecht onder de oksel en van de knie tot aan de lies. De wond op de zijkant van zijn buikje (zo’n 5 bij 3 cm) kon niet gehecht worden, omdat er te weinig huid over was om de wond te sluiten.
Een dag na de operatie werd de fret naar een pleegadres gebracht waar hij in alle rust kon herstellen. Hij kreeg een aantal weken antibiotica, pijnstillers en er werd 3x per dag een desinfecterende wondspray op zijn wond gespoten om genezing te bespoedigen. Daarnaast werd de fret bijgevoerd met Waltham omdat hij totaal geen vetreserves meer had en zijn lichaampje alle energie nodig had voor het langdurige herstel. Hij woog maar 472 gram. De eerste 4 dagen na de operatie heeft de fret alleen maar geslapen en daarna nog 2 weken kooirust gehad om de spanning op de gehechte delen van zijn wond zoveel als mogelijk te beperken.
De wondranden genazen goed, groeiden netjes naar elkaar toe en na 8 weken was de wond dicht. Het gewicht van de fret was met zo’n 100 gram toegenomen en hij veranderde van een zielig hoopje ellende in een vrolijke en speelse fret. Het enige waaraan je nog kunt zien dat er een brandwond heeft gezeten is de enigszins afwijkende haargroeirichting bij zijn knietje. Inmiddels heeft de fret een goed huisje gekregen waar hij nog lang en gelukkig kan leven.
Uiteindelijk is het voor deze fret nog goed afgelopen, maar dit alles had voorkomen kunnen worden door zorgvuldiger om te gaan met warmtebronnen en het tijdig herkennen en behandelen van brandwonden.