logo DierenLot

Aleutian Disease Virus (ADV)

ADV is een virusinfectie die een aantal jaren geleden is opgedoken in Nederland. Hanneke Moorman van De Frettenkliniek heeft een uitgebreid onderzoek gedaan waarvan de resultaten hieronder staan. Omdat onderstaand verhaal een hele lap tekst is een kleine samenvatting.

ADV is een virusinfectie die verwant is aan de parvovirus. Het ADV zorgt voor een enorme aanmaak van antilichamen die normaliter het virus zouden moeten aanvallen en onschadelijk maken. Om nog onbekende reden gebeurt dit echter niet. De antilichamen veroorzaken "immuuncomplexen" die de organen aanvallen en de fret ziek maken.

Er is, nog, geen geneesmiddel tegen ADV waardoor quarantaine de enige genezing lijkt. Het andere problemen is het constateren van ADV. Een negatieve test op ADV wil nog niet zeggen dat de fret geen drager en kan later omslaan in een postieve test.

Hier onder staat het gehele verhaal van Hanneke Moorman:

Aleutian Disease bij fretten

In het voorjaar van 2005 was bij mij het vermoeden gerezen dat er iets aan de hand moest zijn met de uit Nieuw-Zeeland geïmporteerde fretten. Deze fretten bleken hoewel ze er prachtig uitzagen, helaas niet gezond te zijn. Zij overleden op te jonge leeftijd. Het ziektebeeld was bij deze dieren echter zeer divers. De oorzaak van de ziekte was dan ook erg moeilijk te achterhalen. Pas na intensief onderzoek, waarbij ik uiteindelijk weefsel heb opgestuurd naar Amerika is daar de diagnose met zekerheid gesteld bij een van deze fretten. Bij deze fret, die in januari 2004 is geïmporteerd uit Nieuw-Zeeland, is met 100% zekerheid de besmettelijke ziekte "Aleutian Disease" vastgesteld. Deze fret was in het bezit van een paspoort van "Southland Ferrets, New Zealand". In samenwerking met Stichting De Fret" die mij zowel praktische als financiële steun verleende, ben ik daarna bezig geweest contactdieren en andere verdachte fretten te screenen.

De oorzaak

De ziekte wordt veroorzaakt door het Aleutian Mink Disease Virus (ADV), dit is een parvovirus dat de nerts, fret en andere marterachtigen kan infecteren. Het virus is in de verte verwant aan het honden en katten parvovirus maar heeft een geheel andere structuur.

Er zijn 5 nertsenstammen en tenminste 3 frettenstammen geïsoleerd. Er wordt aangenomen dat de frettenstammen variaties (mutanten) zijn van het nertsvirus. Het lijkt er op dat de ene stam meer schade kan aanrichten dan de andere stam en dat er dus net als bij griep een verschil in virulentie kan bestaan. Diverse uitbraken van Aleutian disease zijn beschreven in Amerika, Canada, Japan en Engeland. Tot op heden was de ziekte nog niet met zekerheid aangetoond in Nederland.

Het verloop van de ziekte

Er is helaas nog vrij weinig bekend betreffende het ziekteverloop en de incubatietijd (tijd tussen een infectie en het ziek worden van het dier). Er wordt algemeen aangenomen dat besmetting plaats vindt via direct en indirect contact met lichaamsvloeistoffen als bloed, speeksel, urine en ontlasting. Dr. Bruce Williams (een bekende Amerikaanse patholoog) vermoedt dat intensief contact nodig is om de ziekte te verspreiden. Het kan een aantal maanden tot wel een paar jaar duren voordat een fretje ziek kan worden na een besmetting met het Aleutian Disease virus.

ADV veroorzaakt een enorme toename van antilichamen (afweer) in het bloed. Normaliter moeten deze antilichamen het virus onschadelijk maken maar om onbekende redenen doen zij dit niet. Deze antilichamen kunnen bij fretten "immuuncomplexen" vormen welke neerslaan in diverse organen ( o.a. nieren, lever, galwegen, ruggenmerg, maag-darmkanaal, bloedvaten en blaas). Hierdoor ontstaan ontstekingen in deze organen. Als er een milde ontsteking aanwezig is dan lijkt de fret redelijk normaal. Bij een ernstige ontsteking zal het fretje ziek worden en symptomen vertonen afhankelijk van welke organen zijn aangetast. Daarnaast veroorzaakt het virus een verzwakking van de afweer waardoor het fretje minder weerstand heeft tegen andere infecties.

De symptomen

De meeste geïnfecteerde fretten vertonen volgens de beschikbare literatuur géén ziekte verschijnselen. Slechts een deel van de fretten wordt ziek maar de symptomen kunnen sterk variëren. De ziekteverschijnselen zijn sterk afhankelijk van de plaatsen in het lichaam waar de immuuncomplexen een ontsteking veroorzaken. Plotselinge sterfte van dieren in een goede conditie zonder voorafgaande ziekteverschijnselen is mogelijk.

De meeste fretten zijn echter al een tijdje ziek en vertonen in hoofdlijnen een van de twee volgende ziektebeelden:

  • Chronisch progressief verlopende ziekte waarbij het dier langzaam maar zeker steeds zieker wordt met verschijnselen als: gewichtsverlies, slechte vacht, lusteloosheid en slechte eetlust. Bloedarmoede en bloed in de ontlasting kunnen aanwezig zijn. De meeste fretten ontwikkelen uiteindelijk een slechte lever- en nierfunctie. Bij fretten met AD zijn tevens oogontsteking, longontsteking en hartproblemen mogelijk.
  • Neurologische problemen beginnend met zwakte of verlamming van de achterhand. Deze kan zich uitbreiden naar voren. Soms treedt herstel op van de neurologische symptomen.

Het is belangrijk om te beseffen dat bovenstaande symptomen ook heel goed bij andere ziekten van de fret aanwezig kunnen zijn. Het is daarom absoluut onmogelijk om op basis van louter de symptomen de diagnose te stellen!

De diagnose

Een definitieve diagnose is tijdens het leven niet te stellen. Er zijn wel verschillende testen beschikbaar die een aanwijzing kunnen geven dat een fret is besmet met ADV:

  • Eiwit-electroforese van bloed. Sommige fretten met Aleutian Disease vertonen een stijging van een bepaalde eiwitfractie (gammaglobulinen) in het bloed.
  • De CIEP (of CEP) test van bloed. Deze Counterimmuno-electroforese test toont antilichamen aan tegen ADV in het bloed. De test is zeer betrouwbaar en wordt al jarenlang gebruikt voor de diagnostiek bij nertsen en fretten over de hele wereld. Vals negatieve uitslagen zijn echter in principe mogelijk. Deze test is in Nederland aanwezig.
  • Elisa test (Avecon Diagnostics) op bloed of speeksel. De test zou de antilichamen in speeksel of bloed aantonen. Helaas is de test volgens de ADV onderzoekers in Amerika niet voldoende betrouwbaar. De test is niet verkrijgbaar in Nederland.
  • De PCR test. Deze test toont virus DNA aan in bijvoorbeeld bloed, urine, ontlasting of weefsel. Deze test is niet in Nederland aanwezig. De test toont aan dat het dier het virus bij zich draagt. Maar daar het virus slechts kortdurend in de weefsels is aan te tonen, zegt een negatieve PCR test helemaal niets en wordt de test dan ook niet routinematig voor de diagnostiek gebruikt.
  • DNA in situ hybridisatie test. Hierbij wordt het DNA aangetoond in de cellen alwaar het een ziekelijke verandering heeft veroorzaakt. De test is erg gevoelig en toont aan dat het dier inderdaad ziek is geworden door het Aleutian virus. De test is 100% betrouwbaar. Ook deze test is in Nederland helaas niet aanwezig.

De testen 1-4 tonen slechts aan dat het dier in contact is geweest met virus. Het merendeel van deze fretten zal echter volgens de literatuur geen ziekte ontwikkelen.

Fretten kunnen jarenlang drager zijn voordat ze eventueel ziek worden, al die tijd zijn ze helaas wel een mogelijke bron van infectie voor andere fretten.

De uiteindelijke definitieve diagnose wordt gesteld met test 5: DNA in situ hybridisatie. Deze 100% betrouwbare test is helaas alleen in Amerika aanwezig en zal ook niet op korte termijn in Europa beschikbaar komen. Weefselonderzoek door de patholoog (van weefselbiopten of een postmortale sectie) kan een waarschijnlijkheids diagnose geven. In combinatie met een positieve CIEP test en uitsluiting van andere oorzaken van ziekte, kan dit na de dood van het dier wel een zeer sterke aanwijzing zijn voor Aleutian Disease.

De behandeling

Er bestaat géén behandeling voor deze ziekte. De fretten kunnen eventueel ondersteund worden met speciale voeding, ontstekingsremmers of antibiotica. De omgeving (in een huishouden) is vaak moeilijk te ontsmetten. De aanbevolen middelen (10% natronloog of parvocide desinfectantia) zijn vaak te agressief om in een woning te gebruiken. Bij nertsenfarms is bekend dat het ADV virus langdurig buiten de gastheer kan overleven

Preventie

Er is geen vaccin beschikbaar. Fretten die positief zijn met de CIEP test kunnen het beste geïsoleerd worden. Dat wil zeggen dat ze niet in contact dienen te komen met andere fretten dan die van het huishouden waar ze in leven. Dus niet meenemen naar frettendagen.

Het lijkt niet zo zinvol om ze in het huishouden waar ze leven apart te houden van de andere fretjes. Die hebben immers al lang contact gehad met de positieve fret.

Hoewel het blijkt dat fretten hun eigen Aleutian virus stammen hebben is het toch niet verstandig om fretten te huisvesten in de buurt van nertsen.

Zin en onzin betreffende Aleutian Disease (okt. 2005)

De interpretatie van de CIEP test

Deze test toont in het bloed antilichamen (afweer) aan tegen het Aleutian Disease virus. De test wordt algemeen als zeer betrouwbaar beschouwd en wordt al jarenlang gebruikt voor de diagnostiek bij nertsen en fretten over de hele wereld.

Een positieve test geeft aan dat het dier in contact is geweest met het virus en dat het fretje de ziekte mogelijk kan ontwikkelen of al heeft. In Amerika zijn veel positieve dieren die nooit ziek worden van het virus. In Nederland blijkt echter tot op heden dat CIEP positieve dieren wel degelijk een sterk verhoogde kans hebben de ziekte te ontwikkelen.

CIEP positieve dieren moeten als besmettelijk voor hun omgeving worden beschouwd en apart worden gehuisvest.

Een negatieve test wil zeggen dat (nog) geen antilichamen zijn aangetoond in het bloed. Dit is GEEN garantie dat het fretje het virus niet bij zich heeft en dus vrij is van de ziekte Aleutian Disease! De test kan in een later stadium wel positief worden.

De situatie in Nederland in oktober 2005

Na een eerste positief bevonden fret in april 2005 zijn er de afgelopen maanden ongeveer 550 fretten getest. Dat geeft een voorlopig beeld van de situatie in Nederland. Hiervan zijn 46 fretten positief bevonden. Van deze fretten is de herkomst door mij nagegaan. Uiteraard zijn vooral fretten getest die verdacht waren van besmetting zoals Nieuw-Zeelandse fretten en hun hokgenoten. Enkele Nieuw-Zeelandse fretten bleken negatief in de CIEP test.

De met de CIEP test positieve fretten kunnen we grofweg indelen in twee groepen:

  • Nieuw-Zeelandse fretten afkomstig van een dierenzaak
    Er zijn ongeveer een tiental dierenzaken bekend die besmette Nieuw-Zeelandse fretten hebben verkocht. Mogelijk zijn het er echter meer. Deze zijn verkocht aan particulieren en een deel van deze Nieuw-Zeelandse fretten is al gestorven. Enkele van deze CIEP positieve fretten met Aleutian Disease blijken hun Nederlandse hokgenoten besmet te hebben.

    De door mij benaderde particulieren die nog positieve fretten in leven hebben, houden op mijn advies hun groep gesloten en gaan niet naar frettendagen, nemen geen fretten erbij en laten geen fretten uit hun groep gaan. Via de eigenaren, mijn telefoontjes en de "Dibevo" weten de dierenzaken van de risico's van Nieuw-Zeelandse fretten en worden deze op dit moment niet meer geïmporteerd.
  • Fretten afkomstig van plaatsen in Nederland met meerdere positief geteste fretten.
    Dit zijn plaatsen waar meerdere fretten worden gehuisvest en van waaruit fretten worden verkocht of herplaatst. Hier zijn tot op heden de meeste CIEP positieve dieren gevonden maar zijn ook veel dieren getest. Vermoedelijk zijn van hieruit in het verleden ook positieve dieren geplaatst. Het is belangrijk te waken voor een verdere verspreiding vanuit deze plaatsen. Dieren die in contact hebben gestaan met positieve fretten of die in hokken verblijven waarin positieve fretten hebben gezeten blijven……ondanks een huidige negatieve CIEP test, een risico.

Het is NIET verstandig om ADV positieve fretten in pension of opvang te nemen.

Voor alle opvangcentra en pensions geldt dat het in pension of opvang nemen van CIEP test positieve fretten onverstandig is. De reden hiervoor is het onderstaande.

Het is onmogelijk houten frettenhokken dusdanig te ontsmetten dat ze gegarandeerd 100% virus vrij zijn.

Nertsenfarms en dierenartsen hebben speciale hokken die gemaakt zijn om goed te kunnen ontsmetten. Deze zijn niet van hout maar van metaal of plastic en bevatten geen naden of kieren. Tevens loopt daar geschoold personeel rond dat gewend is om om te gaan met besmettelijke ziekten. Hout is poreus; urine en ontlasting met daarin het virus trekt in het hout. ADV virus is een parvovirus en parvovirussen zijn moeilijk onschadelijk te maken in dergelijk materiaal. Nesthokjes op nertsenfarms zijn wel van hout maar worden langdurig in een bad gedompeld met desinfectans. Een gehele houten kooi is natuurlijk moeilijk te dompelen en zou eigenlijk uit een dierenzaak, opvang, verkoopcentrum of fokkerij (nadat er een positieve fret in heeft vertoeft) verwijderd moeten worden. Op nertsenfarms worden na ruiming van het CIEP positieve bedrijf (na grondige desinfectie) de hokken nog minstens 6 weken leeg gelaten voordat er weer nieuwe dieren in geplaatst worden.

Bloedafname zonder veterinaire begeleiding is een bron van besmetting

Normaliter wordt door een dierenarts uit een ader bloed afgenomen via een injectiespuitje. Het via het nageltje bloed afnemen is een veel bloederige methode. Er wordt een nagel zo kort afgeknipt dat het gaat (en enige tijd blijft) bloeden. Hierbij komt onnodig veel bloed (met mogelijk virus) in de omgeving wat een besmettingsbron kan zijn voor volgende fretten.

Persoonlijk heb ik geen problemen met het feit dat opvangcentra of handelaren dit bij hun eigen fretten doen om kosten te besparen. Echter het doen van bloedonderzoek bij andere dan hun eigen fretten, is niet voor niets bij de wet verboden.

Het is onmogelijk om fretten te verkopen als ADV-vrij

Een negatieve test wil NIET zeggen dat het dier geen ADV heeft. Het kan heel goed zijn dat het fretje een maand of een jaar later WEL positief is. Hier moeten we zeker rekening mee houden als een fret afkomstig is uit een omgeving waar positieve fretten zijn geweest.

Fretten ADV kan NIET aangetoond worden in ontlasting

Enige tijd geleden bereikte mij het bericht dat er bij een bepaald laboratorium (EVL) frettenontlasting getest kon worden op ADV. Dit bleek bij navraag niet om ADV maar het "mink virus enteritis" virus te gaan. Dat is een ander virus dan het Aleutian Disease virus.

Samenwerking is belangrijk!

Aleutian Disease is een duidelijk probleem in Amerika. Laten we hopen dat door een goede en adequate actie wij dit probleem hier in Nederland zo snel mogelijk in de kiem kunnen smoren. De Nederlandse frettenwereld is immers maar klein. Dit belang stijgt boven het belang van frettenverenigingen, opvangcentra, verkoopcentra en personen uit. Slechts in een onderlinge samenwerking kunnen wij dit probleem verhelpen. Iedereen die hiertoe suggesties heeft is welkom.

Aleutian Disease bij fretten in Nederland, de resultaten van het onderzoek (nov. 2006)

April 2005 kon ik voor het eerst bij een Nederlandse fret de besmettelijke ziekte Aleutian Disease aantonen. Vanaf dat moment was er een grote behoefte aan meer informatie over deze ziekte. Hoe groot was dit probleem in Nederland? Konden er nog wel frettendagen gehouden worden? Waar kon je veilig een “ADV vrije” fret kopen? Was de opvang wel ADV-vrij? Kortom, wat konden we de komende jaren verwachten.

De Nieuw-Zeelandse fret als ziektebron

Dat de ziekte was binnengebracht door fretten uit Nieuw-Zeeland werd al snel duidelijk. Deze fretten waren prachtig om te zien, maar nooit eerder in mijn “frettencarrière” had ik zoveel fretten op een dergelijk jonge leeftijd zien overlijden. Dit was uiteindelijk ook de reden om, toen er in Nederland geen nadere diagnose gesteld kon worden, het weefsel van een van deze overleden fretten op te sturen naar Amerika. Daar werd uiteindelijk de diagnose ‘Aleutian Disease’ bevestigd.

Het virus

Aleutian Disease wordt veroorzaakt door het Aleutian Mink Disease Virus (ADV). Dit is een parvovirus dat de nerts, fret en andere marterachtigen kan infecteren. Het virus is in de verte gerelateerd aan het honden en katten parvovirus, maar heeft een geheel andere antigeen structuur. Er zijn vijf nertsenstammen en tenminste drie frettenstammen geïsoleerd. Er wordt aangenomen dat de frettenstammen mutaties zijn van het nertsvirus. Tussen de verschillende stammen bestaat een verschillende mate van virulentie en pathogeniteit.

In de veterinaire literatuur zijn diverse uitbraken van Aleutian Disease bij de fret beschreven in Amerika, Canada, Japan, Engeland en Nieuw-Zeeland.

Aleutian Disease historisch gezien:

1956: ADV voor het eerst beschreven bij de Aleutian nerts.

1960-1980: In laboratoria probeerde men de fret met ADV model te laten staan voor humane immuun gemedieerde ziekten. Fretten werden hiervoor experimenteel geïnfecteerd met weefsel van geïnfecteerde nertsen of werden gehuisvest samen met deze dieren. De fret was namelijk makkelijker te hanteren dan de nerts. De fretten vertoonden geen klinische symptomen, maar wel enige afweer en pathologische veranderingen die behoren bij Aleutian Disease.

1976-1977: Saskatoon in Canada: Van 21 laboratoriumfretten bleek 100% CIEP positief. 43% is gestorven ten gevolge van de ziekte ADV. De fretten waren gehuisvest in nertsenkooien waar 2 jaar daarvoor ADV positieve nertsen in hadden gezeten.

1980: Chicago frettenopvang: Dr. Susan Brown heeft hier 500 fretten getest, 50 waren CIEP positief (10%). Slechts 2 fretten van deze 50 werden ziek ten gevolge van ADV. Hier betrof het dus een veel mildere variant.

1990-1993: “Wessex Ferret Club” in Engeland: Bij een massaal onderzoek onder 446 clubfretten bleek 8.5% CIEP positief. Hiervan kreeg 32 % neurologische problemen t.g.v. ADV.

1997: San Antonio frettenopvang in Texas: Er werden 65 fretten getest in samenwerking met Universiteit van Georgia. 94% van de fretten bleek CIEP positief. Het virus verspreide zich snel door de opvang en infecteerde bijna alle fretten. De opvang is gaan testen voor ADV toen er te veel fretten dood gingen. Uiteindelijk is 33% gestorven. Alle gestorven fretten waren positief met de CIEP en de PCR test. Het bleek hier te gaan om de ADV-F stam. Het is onbekend hoe de opvang besmet is geraakt. Het virus is mogelijk binnen gekomen via 2 fretten van onbekende herkomst. De opvang bleef ADV positief tot 2005.

2000- nu: Dallas/Forth Worth: Een fokker uit Michican die Nieuw-Zeelandse fretten had geïmporteerd verkoopt ongecastreerde ADV positieve fretten aan diverse frettenhuishoudens en andere fokkers in de omgeving van Dallas en Forth Worth. Het virus kan daardoor flink huishouden. Een kwart van de fretten van de DFW frettenvereniging is na enige tijd CIEP positief. Diverse fretten zijn gestorven.

Het ziekteverloop

Helaas is er nog vrij weinig bekend betreffende het ziekteverloop en de incubatietijd. Er wordt algemeen aangenomen dat besmetting plaats vindt via direct en indirect contact met lichaamsvloeistoffen zoals bloed, speeksel, urine en ontlasting. Dr. Bruce Williams (een bekende Amerikaanse frettenpatholoog) vermoedt dat intensief contact nodig is om de ziekte te verspreiden. Zoals uit het historische overzicht blijkt, richt de ene stam meer schade aan dan de andere en dat er dus net als bij het griepvirus een verschil in virulentie kan bestaan. Een incubatietijd van twee jaar blijkt mogelijk.

Het Aleutian Disease virus veroorzaakt een enorme toename van antilichamen in het bloed. Normaliter zouden deze antilichamen het virus neutraliseren, maar om onbekende redenen doen zij dit niet. Deze antilichamen kunnen bij fretten “immuuncomplexen” vormen. Deze slaan neer in diverse organen (o.a. nieren, lever, galwegen, ruggenmerg, maag-darmkanaal, bloedvaten en de blaas) en veroorzaken daar ontstekingen. Daarnaast tast het virus de immuniteit (afweer) van het fretje aan waardoor het minder weerstand heeft tegen andere infecties.

De organisatie van het Nederlandse onderzoek

In samenwerking met Stichting de Fret besloot ik vanaf april 2005 een onderzoek naar de situatie in Nederland te starten. Stichting de Fret nam de laboratoriumkosten voor haar rekening. Er is veel tijd en energie in dit onderzoek gaan zitten maar het is de moeite zeker waard geweest. Via artikelen in de frettenbladen en in het Tijdschrift van Diergeneeskunde heb ik geprobeerd fretteneigenaren en dierenartsen zo goed mogelijk te informeren en hen opgeroepen de resultaten van CIEP testen aan mij door te geven.

Van 1436 fretten zijn de testuitslagen bij mij bekend. Hiervan zijn er 437 (33%) afkomstig uit mijn eigen Frettenkliniek. De overige testuitslagen zijn mij toegezonden door Stichting de Fret, de Frettenstichting, Natascha’s Frettenopvang, Stichting Red de Fret, Sammy’s Ferretplace en Frettentehuis Julianadorp. Ook diverse fretteneigenaren en dierenartsen hebben mij uitslagen doorgegeven. Al deze verenigingen, eigenaren en dierenartsen heel veel dank hiervoor.

Het bloed van de fretten is onderzocht met behulp van de CIEP (of CEP) test. Deze Counter Immuno Electroforese test toont antilichamen in het bloed aan tegen ADV. De test wordt al jarenlang wereldwijd gebruikt voor de diagnostiek bij nertsen en fretten. In Nederland is deze test beschikbaar in het laboratorium van de C.F.E. (Coöperatie van Fokkers van Edelpelsdieren). Dhr. A. van der Louw van dit laboratorium was gelukkig bereid om mij tijdens het onderzoek met raad en daad bij te staan.

Het is belangrijk om te beseffen dat de CIEP test bij het levende dier slechts aantoont dat het dier in contact is geweest met het virus. Fretten kunnen jarenlang drager zijn voordat ze eventueel ziek worden. Al die tijd zijn ze een mogelijke bron van infectie voor andere fretten.

De uiteindelijke definitieve diagnose wordt gesteld met de DNA in situ hybridisatie. Deze 100% betrouwbare test is helaas alleen in Amerika aanwezig en zal ook niet op korte termijn in Europa beschikbaar komen.

Bij gestorven fretten kan wel via weefselonderzoek door de patholoog een waarschijnlijkheidsdiagnose worden gesteld. In combinatie met een positieve CIEP test en uitsluiting van andere oorzaken van ziekte, is dit een zeer sterke aanwijzing zijn voor Aleutian Disease.

De resultaten van het landelijke onderzoek

Er zijn veel fretten getest de afgelopen 2 jaar. Vooral in het eerste jaar hebben diverse opvangcentra en stichtingen hun fretten laten testen.

Van de in totaal 1436 geteste fretten waren er 66 (4,6 %) fretten CIEP positief en 7 fretten hadden een dubieuze uitslag.

In de groep van 437 fretten die in de Frettenkliniek zijn getest waren er 20 (4,6 %) CIEP positief. De 7 fretten met een dubieuze uitslag waren alle getest in de Frettenkliniek.

De 43 CIEP positief geteste fretten die elders (dus niet in de Frettenkliniek) waren getest, kwamen voor een groot gedeelte van een bepaalde locatie in Nederland of hadden daar een directe relatie mee.

Het merendeel van de geteste Nieuw-Zeelanders blijkt positief maar NIET allemaal.

De resultaten van de op de Frettenkliniek geteste fretten

De 437 fretten die in de Frettenkliniek zijn getest, zijn voor een groot deel willekeurig gekozen.

Een ander deel is heel bewust getest, omdat:

  • De fret mogelijke ziekteverschijnselen van Aleutian Disease vertoonde.
  • De fret uit Nieuw-Zeeland afkomstig was.
  • De fret in contact stond met Nieuw-Zeelandse fretten of met CIEP positieve dieren.
  • De fret was geweest op een plek waar eerder positief geteste fretten aanwezig waren.

Van de 20 positief geteste fretten bleek er 1 fret met een CIEP-positieve test een maand later negatief. Een maand vóór de eerste bloedafname was de fret geënt met Nobivac Puppy DP. Het zou kunnen dat het Parvovirus uit de Nobivac Puppy DP enting gedurende enkele weken na de enting met de CIEP test interfereert. Een ander opmerkelijk feit was dat de fret tijdens de eerste test behandeld werd voor ernstige maagzweren. Twee positief geteste fretten zijn dubbel getest en wederom positief bevonden. Dat betekent uiteindelijk 17 positieve CIEP testen op de Frettenkliniek.

De 7 dubieus geteste fretten waren allemaal op de Frettenkliniek getest. Deze laatste groep fretten is voor zover mogelijk een paar maanden later opnieuw getest. Van deze dubieuze fretten bleek 1 fret bij een tweede test positief, 2 fretten bleken later negatief, 3 fretten zijn kort na de test overleden en 1 fret staat in nauw contact met een CIEP positieve fret, maar is nog niet hertest.

De resultaten van 22 CIEP positief geteste fretten

Van de 17 door mij CIEP positief geteste fretten heb ik na enig speurwerk de meeste gegevens beschikbaar betreffende herkomst, leeftijd, ziekteverschijnselen enz. Daarnaast heb ik de uitgebreide gegevens gekregen van 5 CIEP positieve fretten die ergens anders zijn getest.

Herkomst van deze 22 CIEP positieve fretten:

  • 2 fretten van “Southland Ferrets” uit Nieuw-Zeeland.
  • 9 fretten van “Mystic Ferrets” uit Nieuw-Zeeland.
  • 5 Nederlandse fretten besmet door direct contact.
  • 4 Nederlandse fretten besmet na verblijf op plaats met meerdere positieve fretten.
  • 1 fret onduidelijk hoe besmet.
  • 1 fret herkomst geheel onduidelijk.

De helft van de positieve fretten was dus afkomstig uit Nieuw-Zeeland.

Ziekteverloop:

Van de 22 positieve fretten die vanaf april 2005 zijn getest, zijn anderhalf jaar later 10 fretten (45%) gestorven. Hiervan zijn er 4 Nieuw-Zeelander (36% sterfte) en 6 fretten zijn van Nederlandse afkomst (54% sterfte).

Ziekteverschijnselen:

  • “Chronic wasting disease”: slecht eten, sloom, vermageren
  • Neurologische symptomen: plots niet meer kunnen lopen, parese / paralyse posterior, urine en faeces incontinentie (ten gevolge van ontstekingen in het centraal zenuwstelsel). Deze symptomen kunnen tijdelijk zijn:
  • Longontsteking
  • Maagdarmproblemen met braken en diarree.
  • Oogontsteking: uveitis.
  • Soms koorts.
  • Vaak een combinatie van bovenstaande symptomen.
  • Plotse dood mogelijk

Hoe kwam Aleutian Disease in Nederland?

Bij de meeste positief geteste fretten op de Frettenkliniek was uiteindelijk te achterhalen hoe de fret (waarschijnlijk) aan de besmetting was gekomen. De CIEP positieve fretten zijn vooral Nieuw-Zeelandse fretten, fretten die daar in nauw contact mee stonden of fretten afkomstig van (of tijdelijk verbleven op) een bepaalde plaats in Nederland waar meerdere fretten positief zijn getest.

In januari 2004 importeerde de firma Fedoc 55 fretten van “Southland Ferrets” uit Nieuw- Zeeland. Deze fretten waren prachtig om te zien, maar bleken niet het gemakkelijkste karakter te hebben. Een deel van deze fretten belandde daarom in een frettenopvang. Deze opvang was tot april 2005 (gedurende ongeveer een jaar) onwetende van de ziekte die deze fretten binnenbrachten. Daarnaast had deze opvang ook een frettenfokkerij, een pension en een asiel voor fretten. Direct nadat ik deze opvang had ingelicht werden uitgebreide maatregelen genomen om verdere verspreiding in de toekomst te voorkomen.

Een andere bron van besmetting waren de dierenwinkels die Nieuw-Zeelandse fretten verkochten, dit waren fretten van de farm “Mystic Ferrets” uit Nieuw-Zeeland. Het merendeel van deze fretten is ook in het voorjaar van 2004 op de Nederlandse markt gekomen. Eén dierenwinkel in het zuiden van het land bleek echter al vanaf 2003 “Mystic Ferrets” te verkopen. Deze “Mystic Ferrets” fretten zijn ook verkocht in België, Frankrijk en Italië.

Nadat ik contact had opgenomen met diverse dierenwinkels die “Mystic Ferrets” fretten verkocht hebben en na het inlichten van de Dibevo organisatie zijn er tot op heden naar mijn weten geen nieuwe fretten uit Nieuw-Zeeland in ons land meer verkocht.

Via de politiek heb ik direct na het bekend worden van de risico’s bij de uit Nieuw-Zeeland geïmporteerde fretten geprobeerd een importverbod voor deze fretten te regelen. Helaas bleek dit niet mogelijk omdat Aleutian Disease geen aangifteplichtige of bestrijdingsplichtige ziekte is.

De gevolgen van de ziekte Aleutian Disease voor Nederland:

In de periode van het voorjaar 2004 tot voorjaar 2005 zijn er vele Nieuw-Zeelandse fretten op jonge leeftijd gestorven zonder dat iemand daar een oorzaak voor wist of ook maar vermoedde dat er sprake was van een besmettelijke ziekte. Exacte getallen van het aantal Nieuw-Zeelanders dat ondertussen is gestorven zijn mij onbekend. Wel is deze groep behoorlijk uitgedund. Van de 55 geïmporteerde “Southland Ferrets” is mij bekend dat er nog 1 fret in leven is, maar mogelijk zijn het er nog enkelen meer. De “Mystic Ferrets” brengen het er iets beter vanaf. Van deze groep zijn nog wel diverse fretten in leven. Deze overgebleven fretten lijken redelijk gezond al dan niet met een positieve CIEP test.

Na de introductie van de Nieuw-Zeelanders hebben de Nederlandse fretten die in nauw contact staan of stonden met deze fretten het zwaar. De sterfte ten gevolge van Aleutian Disease onder deze fretten is duidelijk sterk verhoogd en kan oplopen tot 100%. Toch zijn er ook enkele groepen waar de ziekte tot op heden beperkt lijkt te blijven tot het CIEP positieve dier.

Conclusies:

  • De geïmporteerde Nieuw-Zeelandse Fretten zijn merendeels CIEP positief. Dit overlijden vaak op jonge leeftijd en kunnen de Nederlandse fretten besmetten.
  • Het blijkt dat de ziekte in Nederland voornamelijk wordt overgedragen door intensief contact of via besmette hokken.
  • Zowel jongere als oudere fretten kunnen besmet worden.
  • CIEP positieve fretten hebben een duidelijk verhoogde kans op vroegtijdige sterfte.
  • De ziekte is een bedreiging voor de Nederlandse fret, maar niet erg besmettelijk.

Wat te doen in de toekomst

Isolatie CIEP positieve fretten

Het is zeer belangrijk voor de Nederlandse frettenpopulatie dat fretten die CIEP positief zijn getest geïsoleerd worden. Dat wil zeggen dat ze NIET in contact dienen te komen met andere fretten dan die van het huishouden waar ze in leven. Slechts op die manier kunnen we in de toekomst deze ziekte de baas blijven

Frettendagen

Frettendagen kunnen naar mijn persoonlijke mening, mits onder goede hygiënische omstandigheden, weer doorgang vinden. Nieuw-Zeelandse fretten en dieren die contact hebben gehad met deze fretten zouden geweerd moeten worden. Natuurlijk zal er altijd een klein (aanvaardbaar?) risico blijven bestaan.

Testen van risicodieren

Het is verstandig om ook in de toekomst de volgende fretten te blijven testen:

  • Alle fretten afkomstig uit Nieuw-Zeeland die nog niet eerder zijn getest of die eerder een negatief testresultaat hadden.
  • Fretten die contact hebben gehad met Nieuw-Zeelandse fretten.
  • Fretten die afkomstig zijn van plaatsen waar eerder positieve fretten waren of nog zijn.
  • Fretten in opvangcentra en fokkerijen (Liefst elk nieuw dier vóór binnenkomst, 1-2x per jaar alle dieren)
  • Fretten uit het buitenland.
  • Fretten afkomstig van handelaren.
  • Fretten van dubieuze herkomst.

Wanneer testen met de CIEP test

  • Na de Nobivac Puppy DP enting een maand wachten. Er bestaat een heel kleine kans dat de test hiermee interfereert.
  • Pups vanaf 4 maanden leeftijd. Pas testen als het immuunsysteem goed is ontwikkeld.

Buitenlandse fretten:

Fretten uit het buitenland zouden slechts geïmporteerd mogen worden indien er een deugdelijke CIEP test is uitgevoerd zowel in het land van herkomst als in Nederland zelf.

Nawoord

Dankzij de samenwerking van de diverse frettenverenigingen, de inzet van het NFE -laboratorium en de (financiële) steun van Stichting de Fret hebben we in korte tijd een redelijk beeld gekregen van de situatie in Nederland. De ziekte is door een tijdige herkenning en adequaat optreden gelukkig niet als een lopend vuurtje door Nederland gegaan.

Aleutian Disease bij fretten in België (oktober 2007)

In september is in een Belgische opvang een Nieuw-Zeelandse fret afkomstig van “Mystic Ferrets” overleden. Deze fret was ernstig ziek en had naast een hoog Totaal Eiwit in het bloed ook een duidelijke positieve CIEP test. Bij sectie bleek de fret een ernstige granulomateuze ontsteking te hebben in diverse organen. Bij nader bacteriologisch onderzoek werd “Mycobacterium Genavense” gevonden. Deze bacterie is verwant aan de Mycobacterium bacterie die tuberculose kan veroorzaken, maar deze is zelf gelukkig veel minder pathogeen (kwaadaardig). Hij kan gemakkelijk als secundaire infectie optreden bij dieren met een verminderde weerstand, zoals een fret met ADV.

Op de website www.frettenkliniek.nl stond dat het definitief aantonen van een besmetting kan gebeuren met behulp van een PCR test. Deze test is niet beschikbaar in Nederland, maar wel in Denemarken. Aldus werd voor een definitieve diagnose weefsel opgestuurd naar Denemarken. Daar bleek de PCR negatief.

Dat verbaasde mij sterk, omdat er zoveel aanwijzingen waren voor Aleutian Disease bij deze fret. Dat vroeg om een nadere verklaring.

Na enig overleg met diverse deskundigen en het Deense laboratorium werd mij al snel duidelijk dat een negatieve PCR test GEEN uitsluitsel geeft over de ADV status van het dier. En wel om de volgende redenen:

  • Het virus is (bij nertsen) na een infectie slechts op dag 8-14 in hoge concentraties in de weefsels te vinden (PCR positief), daarna neemt het aantal positieve cellen in de weefsels snel af. Na deze periode is het dier blijvend geïnfecteerd, maar is het virus in minder grote hoeveelheden aanwezig waardoor de PCR op organen negatief wordt. Er worden vervolgens antilichamen geproduceerd en deze vormen met het virus immuuncomplexen die neerslaan in diverse organen. Deze immuuncomplexen veroorzaken de ontstekingen in de diverse organen. Ook wordt het dier gevoeliger voor allerlei infecties omdat zijn weerstand sterk afneemt. Het is daarom onjuist om een fret met een negatieve PCR te beschouwen als een niet geïnfecteerde fret of, nog erger, als een niet besmettelijke fret. Het aanwezig zijn van antilichamen in het bloed (een positieve CIEP test) is de grootste en duidelijkste aanwijzing dat het dier is geïnfecteerd.
  • De PCR toont alleen het virus aan waarvoor de test is gemaakt. Mutaties van het virus kunnen vals negatieve resultaten geven. Er mag pas waarde gehecht worden aan een negatieve PCR test als je informatie hebt over de varianten die er gevonden zijn binnen de populatie.

Aangezien de pathofysiologie (ziekteleer in de organen) van het ADV virus vrijwel gelijk is voor zowel fretten als nertsen, mogen we voor de diagnostische testen zeker naar de bevindingen bij de nertsen kijken. Ook uit mijn eigen onderzoek kwam dat naar voren.

Ik heb contact gehad met Mevr. Åse Uttenthal die 15 jaar heeft gewerkt op het “Danish Fur Breeders Laboratory” en tegenwoordig belast is met het onderzoek naar ADV op het “National Veterinary Institute” in Lindholm. Zij is een autoriteit op dit gebied en ze is zeer duidelijk in haar uitspraken. De PCR test wordt om bovenstaande redenen NIET routinematig gebruikt om ADV aan te tonen. Zij zegt:

“Een positieve PCR test is slechts een aanvulling op de diagnose, maar een negatieve PCR test zegt helaas helemaal niets.”

De CIEP test is volgens haar zeer betrouwbaar en het belangrijkste diagnostische hulpmiddel om ADV aan te tonen. Bij een positieve test moeten we er dan ook zeer sterk vanuit gaan dat het dier besmet is en dus een gevaar is voor zijn/haar omgeving.

Met deze informatie moeten we dan ook helaas concluderen dat de “Mystic Ferrets” fret in de Belgische opvang zeer waarschijnlijk besmet is geweest met ADV. Er worden momenteel dan ook in overleg met de opvang maatregelen genomen om verspreiding van het virus tegen te gaan. Er is één geluk…. Vergeleken met de “Southland Ferrets”, welke vrijwel allemaal al zijn gestorven, lijken de “Mystic Ferrets” een iets minder virulente stam te hebben waardoor ze mogelijk meer kans hebben om langer te overleven. Bovendien lijken ze iets minder snel de Belgische- of Nederlandse fretten waarmee ze contact hebben, ziek te maken. Maar iedere zieke fret is er een teveel en daarom is het belangrijk dat het ADV probleem ook in België serieus wordt genomen.

Tekst Hanneke Moorman van De Frettenkliniek met enige aanpassingen en verhelderingen van de FrettenStichting.

Ticket info - call 800-555-1212