De Frettenstichting is vijf jaar geleden opgericht doordat er vanuit de Dierenbescherming Breda een grote behoefte bestond aan een opvang voor fretten. Frans Schijf heeft toen samen met zijn vrouw Betje De Frettenstichting opgericht. De stichting is kleinschalig begonnen maar behoort nu toe tot één van de grootste van Nederland. Het bestuur bestaat uit zes mensen, die samen met acht vrijwilligers de opvang draaiende weten te houden.
De Frettenstichting vangt fretten op die overal en nergens vandaan komen. Denk hierbij aan in beslag genomen fretten (afkomstig van bijvoorbeeld broodfokkers), fretten die massaal gedumpt worden of fretten voor wie de eigenaren door omstandigheden echt niet meer kunnen zorgen. De opvang is groot genoeg voor ongeveer 45 fretten, maar aantallen van tachtig of meer zijn niet meer vreemd.
Naast het opvangen van fretten komt er natuurlijk nog een hoop meer werk bij kijken. Zo moeten alle fretten eerst onderzocht worden op ziektes, vlooien, afwijkingen, noem maar op. Wanneer dat is gebeurd, worden de fretten gent en indien nodig, gesteriliseerd of gecastreerd.
Na twee weken in quarantaine te hebben gezeten, worden de fretten overgeplaatst naar de opvang. Hier wachten zij op hun nieuwe baasjes. Onlangs nog zijn door de Dierenambulance Nijmegen 23 fretten(pups) binnengebracht die waren gedumpt in het bos. Maar dankzij de inzet van de vele vrijwilligers is het gelukt om ze allemaal een plekje te geven in de opvang. Het viel niet mee om 23 fretten allemaal een uiterlijk kenmerk te geven: wit vlekje op linkerpootje, wittig snoetje, scheve oortjes, raar staartje, alles werd uit de kast gehaald om ze te kunnen inschrijven. Maar, het is gelukt en wat zeer uitzonderlijk is: deze groep was binnen anderhalve maand volledig herplaatst!
De fretten worden niet zomaar bij een nieuwe eigenaar ondergebracht. Een fret is een eigenzinnig dier en als het niet klikt met een mogelijk baasje, dan blijft de fret in de opvang. Een fret is en blijft een kruising tussen een hond, kat en klein kind. Nieuwe baasjes komen daarom ook altijd met hun huidige fretten samen naar de opvang, om te zien of de fretten elkaar accepteren. In een speciale speelbak worden de fretten bij elkaar gezet. Het baasje mag daar ook bij aanwezig zijn. Zo krijgen alle partijen de kans en de tijd om kennis te maken. Het is vaak lastiger om het baasje weer uit de speelbak te krijgen dan de fretjes zelf maar na enige overredingskracht lukt het meestal wel. Mocht bij thuiskomst blijken dat de fretten toch niet zo goed met elkaar kunnen opschieten als dat in de speelbak het geval was, dan mag het fretje altijd weer terug naar De Frettenstichting. Soms klikt het toch niet met het fretje wat er al woonde, of blijkt het fretje zijn baasje toch niet zo lief te vinden. Ook kan het gebeuren dat een fretje simpelweg niet gelukkig in zijn of haar nieuwe omgeving. In zulke gevallen is het beter om het fretje weer terug te brengen.
Deze vraag krijgen de vrijwilligers van De Frettenstichting vaak te horen. Moeilijk is het antwoord niet. Maak eens kennis met een fret en je valt gewoon voor het beestje (niet letterlijk natuurlijk). Fretten zijn lief, speels, eigenzinnig en vreselijk nieuwsgierig. Ze willen weten wat er onderin een bloempot of tussen je schone, opgevouwen wasgoed ligt. Ze zien kapotte bloempotten ook als potten, maar dan een beetje anders. Spijkerbroeken zijn voor hen bedoeld om in te klimmen, truien om onder te kruipen en sokken, pennen en kleine prulletjes dienen om mee te spelen. Of om te verstoppen. En wat nog veel leuker is, is om dat met alle fretjes tegelijk te doen! Dat maakt het houden van fretten zo enorm leuk. Ze blijven speels maar ook vreselijk lief en zo vreselijk nieuwsgierig! Maar het houden van fretten heeft natuurlijk ook een keerzijde. Een fret heeft vrij speciaal voer nodig. Het dier heeft geen blinde darm en kan doorgaans granen nauwelijks verteren. In brokken zitten granen. Hoe minder granen, hoe beter voor de fret. Maar helaas is dit voer ook erg duur. Bovendien is een fret erg gevoelig voor ziektes. Hoge rekeningen van de dierenarts zijn geen uitzondering. Hier moet je echt rekening mee houden voordat je aan een fret begint. Bovendien is een fret geen kooidier. Hij moet minstens twee uur per dag lekker kunnen lopen en spelen. Fretten vragen veel aandacht, omdat het heel sociale dieren zijn. Een baasje moet die tijd wel voor hen vrij kunnen maken.
De Frettenstichting wordt niet gesubsidieerd en bestaat uitsluitend uit schenkingen van donateurs en sponsoren. De inkomsten zijn afkomstig van donateurs, dierenartsen, dierenklinieken en dierenwinkels. Deze donateurs en sponsoren zijn hard nodig, want de verzorging van de fretten kost helaas een hoop geld. Voer, verzorging, medische verzorging, alles moet betaald worden. Omdat De Frettenstichting opvang moet bieden aan steeds meer fretten, wordt er nu gekeken naar de mogelijkheid om een dierenambulance aan te schaffen. Hiermee kunnen grote groepen fretten beter worden opgehaald en vervoerd. Voor deze ambulance is veel geld nodig. De Frettenstichting is druk bezig met inzamel- en sponsoracties om dit alles voor elkaar te krijgen.
Zonder de vrijwilligers zou De Frettenstichting niet meer bestaan. Gelukkig zijn er een groot aantal dat zich op allerlei manieren inzetten voor De Frettenstichting. Zo is er Rob, de oppervrijwilliger die alles doet wat nodig is. En Natasja (stagiaire) en Anoeska, die helpen de opvang schoon te houden. Iets wat bijzonder zwaar werk is want als de laatste kooi schoon is, is de eerste alweer vies. Want wat onderin je schone poepbak zit, is natuurlijk het interessantst! Verder verzorgt Johan voor de website en is Esther in de weekenden vaak tussen de fretten te vinden. Ze moet dan wel helpen met het schoonmaken van alle hokken. Naast deze mensen zijn er nog meer vrijwilligers die graag in hun vrije tijd De Frettenstichting helpen waar mogelijk. De vrijwilligers zijn vaak ook te vinden op de diverse open dagen waar zij graag iedereen informatie geven over fretten en mensen kennis laten maken met fretten. Wees gewaarschuwd, als deze mensen eenmaal beginnen te praten over fretten, houden zij niet meer op! De fretten liggen vaak alweer te snurken terwijl de vrijwilligers nog vrolijk doorgaan. Heb je dit er allemaal voor over, dan ben je een echte frettenliefhebber.
Zaterdag 8 september 2007 - Egelopvang, ezelopvang. Konijnen, slangen, vleermuizen, katten, ratten en bejaarde paarden: ieder dier zijn eigen opvangadres. Alleen Brabant telt er al 37 en de lijst van centra is mogelijk niet eens volledig. De dierenwegwijzer moet namelijk nog geüpdate worden.
Een frettenopvang is er ook. Hoognodig, want: "De fretten worden weer massaal gedumpt."
BREDA - "Zij vindt altijd beestjes", zegt de jongeman die Yvette Streur uit Esbeek begeleidt. Dit keer heeft Yvette een zieltogende babyegel gevonden. Laat lekker lopen, zou je denken, zo niet Yvette. Zij brengt het diertje helemaal naar Roosendaal, waar de egelopvang gevestigd is. Bekijkt belangstellend hoe egelbeschermer Dr. Scheeres het dier weegt, injecteert, in een wolletje wikkelt, kattenvoer opschept en kattenmelk inschenkt (een volwassen egel eet twee keer zo veel als een kat). Bakje eigeel erbij. En hij controleert of vliegen geen eitjes hebben gelegd op het babybuikje. Want als de egel zich oprolt en de eitjes komen uit, dan vreten ze zich zo de egel binnen.
Scheeres en partner Conny van Eekelen begonnen de egelopvang een jaar of acht geleden in huis, op zolder. Nu zitten ze rianter, in een tuinhuis. Scheeres werkte in de vogelopvang. Daar werden met enige regelmaat ook egels binnengebracht. Waar niemand veel mee kon. Dus Scheeres ging zich inlezen en specialiseren. En weet nu ongeveer alles van de 'prikkelbare' beestjes. Opvang van egels is hoog nodig, vindt de Roosendaler. Een egel, zegt hij, is een beschermd dier. Je mag ze ook niet zomaar houden
"Zo gaat het vaak", weet Steffi Horck van de Sophiavereniging in Amsterdam. Deze vereniging zet zich voornamelijk in voor gezelschaps- en proefdieren, geeft voorlichting, lobbyt en probeert dierenmishandeling en -verwaarlozing te voorkomen. "Het zijn vaak particuliere initiatieven. Iemand heeft ooit een bepaald dier gehad, is daar informatie over gaan verzamelen en begint op enig moment een dierenopvang."
Ze heeft er een beetje een dubbel gevoel over. "Het zijn vaak vrijwilligers die zonder enige steun van de overheid hun goede hart tonen. Ik persoonlijk heb ook iets van 'laat de natuur zijn gang gaan'.
Wie een slang heeft en hulp nodig heeft, kan onder meer terecht bij amfibieën- en 'reptielenredder' Jac Leunisse uit Breda. Hij krijgt deze ochtend bezoek van de eigenaar van twee zieke boa constrictors. Zijn imposante torso kraakt in zijn voegen als hij de twee in kisten verpakte dieren bij Leunisse binnendraagt. Die bewoont een pand naast een huisarts, maar dat is toeval en zou niet een pre moeten zijn. Want de meeste slangen, weet Leunisse, zijn schatten. Ongevaarlijk. Leunisse is herpetoloog. En al veertig jaar eigenaar van Amrep. Tegenwoordig houdt hij zich nog hoofdzakelijk bezig met de bouw van terraria. Hij geeft er voorlichting over en onderzoekt en geneest, indien mogelijk, amfibieën en reptielen aan huis. De zieke slang van de grote jongen die niet met naam genoemd wil worden om de buren niet in de gordijnen te jagen, heeft vermoedelijk een fout konijn op. Het enorme dier laat zich gewillig in de bek kijken. Kronkelt wat, maar dan heb je het ook gehad. Wij, de niet-slangenhouders, hoeven ons volgens beide heren ook geen zorgen te maken over slangen. De meeste slangen zitten rustig binnen en blijven daar ook. Als er eens één ontsnapt dan is het in 99 procent van de gevallen een ongevaarlijke en slangen zijn banger van mensen dan andersom. Er kruipen in de Bredase, Bergse en de rest van de Brabantse buitenlucht bijvoorbeeld ook gewoon ringslangen met een lengte van een meter en een doorsnede van een centimeter of drie rond, maar bijna niemand krijgt ze te zien. Veel te bang zijn ze.
Waar we ons wel zorgen over moeten maken, als het aan de Bredase Betje Schijf ligt tenminste, is over de massale dump van fretten waar momenteel sprake van is volgens haar. Zij en haar man verbouwden zelfs het huis om de fretten de ruimte te geven, maar ze zit nu al boven haar capaciteit, met 48 fretten. "Normaal krijg ik één vondelingetje per maand, maar de afgelopen week waren het er al zes! Weggedaan, uitgezet in de bossen. Moeder met twee puppy's."
Vorige week werden drie flink verwaarloosde fretjes gevonden in de Oosterhoutse beemdenbuurt. De dierenambulance leverde twee fretjes af die ergens in een kippenhok waren gevonden. En eergisteren kwam er een puppy binnen van nog maar zes weken. " Dit albinomanneke is zo bang dat hij nog maar een ding kan en dat is bijten", zegt Betje. "Maar met de nodige liefkozing gaat dit binnenkort een leuk fretje worden."
Betje startte de opvang vijf jaar geleden, omdat haar man wilde dat ze een hobby zocht. Hij had fretten. Zij verzorgde een ziek exemplaar, deed dat met succes en hup: hobby. Het dierenasiel vraagt Betje met regelmaat om fretjes op te vangen. "Het is schrikbarend om te zien hoe gemakkelijk ze op straat worden gegooid. Op Marktplaats.nl wordt er levendig in gehandeld." Een beetje fret kost veertig euro. "Maar dan vindt de eigenaar dat 'ie stinkt en dan wordt hij weggedaan." Terwijl het zulke leuke beestjes zijn, volgens de Bredase. Houdt het midden tussen een hond en een kat, ze slapen twintig uur per dag, moeten wel anderhalf tot twee uur uit de kooi 'anders slopen ze de hele toko', maar dan heb je er ook een geweldig huisdier aan. Leuk: "Ze spelen tikkertje met je en verstoppen je spullen."
Vrijdag 9 september 2005 - Mensenredder, dat is stoer. Krijg je een medaille. Ben je ook stoer als je frettenredder bent? Ik redde afgelopen week twee fretten en heet onder collega's nu 'Mr. Fret'. Met die onderscheiding moet ik het doen.

Op weg tussen twee klussen rijd ik woensdag van Lage Zwaluwe naar Moerdijk-dorp, over de Zwaluwseweg langs de dijk waarachter het Hollandsch Diep stroomt. Ik stop onder het viaduct van de spoorlijn, waar de (oude) spoorbrug aan land komt. Voor een foto van de met graffiti volgespoten bunker, die op die strategische plek nog altijd naast het dijklichaam staat.
Vanuit een ooghoek zie ik een bruin diertje de weg huppelend oversteken. Bunzing misschien? Martertje? Met de camera in de aanslag zoek ik de berm af. Daar ligt een overduidelijk gedumpte doos waar een dakraam van een bekend merk in gezeten heeft. Iemand heeft niet de moeite genomen om die naar de gemeentewerf te brengen, maar is wel helemaal naar deze afgelegen plek gereden en heeft de overbodige spullen gedropt. Vanuit de opening van de grote platte doos piept een schattig klein kopje. Bruin, net zo nieuwsgierig als ik. Tegen mijn verwachting in rent het fragiele roofdiertje niet weg. Het schiet weer even de doos en hup, daar steken twee kopjes uit de doos: de ander groter en met een meer lichtbruine vacht. Geen spoor van angst voor die mens. Ze gaan op de doos liggen en lijken uit te nodigen om ze te pakken. Fretjes dus, opgegroeid bij en gewend aan mensen. Die horen niet in de natuur, weet ik. Die zijn sinds de Romeinen al zo gedomesticeerd, dat ze het in het wild niet lang overleven.
Da's een verhaal: hoe snel vind ik hulp en wat doen die fretten daar onder de spoorbrug bij de Moerdijkbruggen, vlak bij die razende treinen en auto's. De Dierenbescherming Breda verwijst snel door naar de Frettenstichting, ook in Breda: 'Bel Betje maar.' Betje is Betje Schijf, hoort bij Frans Schijf en samen steken ze al hun vrije tijd in de opvang van en voorlichting over de fret als gezelschapsdier. Betje en Frans willen wel komen na hun werktijd om te helpen de fretten te redden.
Zo staan we samen met een fotograaf onder de spoorbrug en de Frettenstichting verbaast zich. "Er worden wel vaker fretten gedumpt, vooral deze weken. Maar meestal doen mensen dat in woonbuurten, of in een park. Of ze brengen ze bij het dierenasiel en zeggen dat ze ze 'gevonden hebben'. Dit maken we nooit mee, op die ene dichtgeplakte doos in de bossen bij Roosendaal na."
Fretten, leer ik, blijven altijd in de buurt van mensen en zullen nooit uit zichzelf zo ver de pootjes nemen. Deze twee zijn handtam, lopen niet weg, laten zich graag en zonder bijten beetpakken en vallen uitgehongerd aan op de brokjes en het voedingspapje dat Betje en Frans Schijf meegenomen hebben. Het een is een mannetje, nog ongecastreerd, een jaar oud, dorstig en uitgedroogd. Hij heeft merkbaar last van de warmte. Het andere fretje is een jonger moertje, nog vitaler en 'een scheetje', zegt Betje vertederd. Ze moeten er al een paar dagen zitten, leidt ze van de uitwerpselen en andere sporen af. Zonder eten, zonder drinken.
De twee van de Frettenstichting - die landelijk opereert vanuit Breda, met een tweede opvang in Rotterdam - zijn verontwaardigd. "Wat waardeloos om die diertjes hier te dumpen. Een rotstreek. Hier hebben ze geen enkele overlevingskans. Dat mannetje had het geen dag meer gered in die warmte. Deze plek is zo ver van alles en iedereen vandaan, zet ze dan in een woonwijk of bij de dierenopvang in de buurt. De mensen denken misschien dat ze in het wild hun kostje wel vinden, maar fretten zijn helemaal afhankelijk van de mens." Maar waarom worden juist nu fretten gedumpt? "Hebben ze in de vakantie een pup gekocht. Leuk speeltje, maar ze weten er niets van. Het blijkt dan misschien niet het makkelijke huisdier dat ze wilden hebben. Je moet ze in het begin opvoeden, om ze zindelijk te maken en niet te laten bijten. Of ze gaan stinken, vooral de mannetjes, maar daar is heel goed wat aan te doen." De Frettenstichting neemt de twee mee. Naar hun opvang, waar ze nu vijftig fretten gezond maken en geschikt om ze bij mensen te plaatsen. Want dat lukt best, tot in Frankrijk toe.
Jut en Jul moeten ze heten, zegt mijn baas, als hij de vertederende koppies op de foto's uit de dumpdoos ziet steken. En ik heet vandaag Mr. Fret en voel me goed.
Maandag 6 juni 2005 - OOSTERHOUT - Naar de wandelende vrouw met een grote Duitse herder kijkt niemand om op camping De Katjeskelder in Oosterhout. De man met twee uiterst beweeglijke fretjes aan de lijn, trekt veel meer bekijks.
'Schat, laat je de fret even uit', is in veel minder Nederlandse huishoudens te horen dan het verzoek om met de hond te gaan wandelen.
Toch zijn er behoorlijk wat mensen die een fret als huisdier hebben (aantallen zijn niet bekend). Zij - en andere geïnteresseerden - konden gisteren op de Katjeskelder terecht op de tweede frettendag van de landelijke Frettenstichting. Er zijn stands met informatie en frettenbenodigdheden en er staan bakken waarin fretjes door buizen kunnen kruipen en met prullaria kunnen spelen.
"Het is zo'n schattig gezicht", zegt de Bredase Betje Schijf van de Frettenstichting. "Als bij mij thuis de televisie aan staat en de fretjes zijn aan het ravotten en halen kattenkwaad uit, heb ik geen oog meer voor het programma op televisie." Maar zij heeft ook maar liefst elf fretten in huis. Daarnaast is haar woning een opvangadres voor fretten die weggelopen zijn of waar de eigenaar niet meer voor wil zorgen.
Volgens Schijf bestaan er heel wat misverstanden over de fret. Hij zou stinken, bijten en kabels kapotknagen, maar niets van dat alles is waar. "Natuurlijk heeft een fret een geur, maar dat hebben mensen, honden en katten ook. En knagen doet-ie niet. Een fret is geen knaagdier."
De fret is een huisdier, altijd al geweest, zo legt Schijf uit. "De fret komt van de bunzing. Hij is met andere rassen gekruist omdat er behoefte was aan een dier dat muizen en konijnen kon vangen. Fretten leefden niet in het wild maar bij mensen thuis. In 640 voor Christus hielden mensen al fretten", weet Schijf.
Een fret is verder echter niet te vergelijken met een hond of kat. Commando's opvolgen zoals een hond doet een fret niet en wie op zoek is naar een beestje dat gezellig op schoot komt zitten, moet ook een andere keuze maken. "Maar", zegt Schijf, "je bouwt wel een band op met een fret. Ze herkennen je ook. En als je niet op tijd het hok open doet zodat ze buiten kunnen spelen, kijken ze je vragend aan."
Sommige mensen hebben hun fret(ten) de hele dag los rondlopen in huis. Maar op de meeste plekken zitten ze een deel van de dag in hun eigen kooi.
De echte frettenliefhebber zorgt dat het de beestjes aan niets ontbreekt, een hangmatje bijvoorbeeld. "De fretten vinden het heerlijk om in hun kooi in zo'n hangmatje te kruipen", zegt een vrouw die bij een stand met frettenspullen staat. En wie de fret ook veel buiten zijn kooi laat spelen, kan een speciaal slaapzakje kopen voor op de grond. Met een lekker zachte binnenvoering uiteraard.
Vrijdag 7 mei j.l. is er bij de FrettenStichting een verslaggever van BN De Stem langs gekomen. Deze verslaggever heeft op die ochtend een gesprek met Betje (PR) en Monique (Secretaris) gehad. In dit gesprek is er gepraat over de fret in het algemeen, over de stichting en over onze opvang in Breda. Hieronder het artikel.
Asiel staat in dit geval gelijk aan de huiskamer van Betje en Frans Schijf. Naast haar eigen elf fretjes heeft ze er op het ogenblik twintig tot dertig in de opvang. De meerderheid doet een dutje in de eigen hangmat in de kooi. Fretjes slapen nu eenmaal twintig van de 24 uur. "Frettenliefhebbers kunnen niet verder tellen dan drie. Het is één, twee, drie, veel. Zal ik ze alle elf eens los laten om te laten zien hoe leuk ze zijn?" zegt Schijf, die dat vervolgens toch maar nalaat.
Den Biggelaar, die vier fretjes houdt, zegt: "Het zijn heel sociale dieren, die niet zonder elkaar kunnen. Daarom moet je er eigenlijk minstens twee hebben. Ze mogen dan veel slapen, maar als ze eenmaal wakker zijn, zijn het echte adhd-gevalletjes. Ze zijn altijd heel vrolijk en weten voortdurend je aandacht te trekken. Ik gooi wel eens een stel pingpongballetjes op de grond en dan springen de fretjes echt alle kanten op. Voor depressieve mensen is een fretje heel goed. Je bent zo weer vrolijk."
Zoals de hond van de wolf afstamt, zo stamt de fret van de bunzing af. Dat roofdier is al eeuwen voor Christus gedomesticeerd en ingezet voor de jacht op konijnen. Een gemuilkorfd exemplaar wordt dan uitgezet in een konijnenhol, waarvan de meeste uitgangen door de jager zijn afgesloten. Het fretje jaagt de konijnen uit het hol, rechtstreeks in handen van de jager.
Pas de laatste jaren zijn mensen fretjes als aai- en troeteldier gaan houden. Schijf: "Drie vier jaar geleden had je nog helemaal niets voor fretjes, maar tegenwoordig wil je niet weten wat je allemaal voor ze kunt kopen. Frettenbrokken, -kooien, -poepbakken, -snoepjes, -tuigjes, ja zelfs -shampoo, -deodorant en -urnen. Je kunt je fretje in de tuin begraven, maar je kunt het ook laten cremeren."
Fretjes mogen dan voor een hoop leven en vrolijkheid zorgen in huis, ze brengen ook aardig wat problemen met zich mee. "Heb je een uurtje?" vraagt Den Biggelaar. "Om te beginnen moet je je huis fretproof maken, want ze kruipen echt overal in en onder. Planten kun je niet hebben, want ze willen altijd weten wat er onder het zand in de pot zit. Uitlaten kun je een fret ook niet. Die loopt namelijk niet achter jou aan, maar jij loopt achter hem aan en hij kan ook nog zo maar in een rioolput verdwijnen."
Daarmee zijn alle nadelen nog niet genoemd, zegt Schijf. "Een fret heeft een bepaalde geur, waaraan je moet wennen. Ze kunnen bijten en, in tegenstelling tot een kat, dan laten ze niet meer los. De poepbak moet elke dag worden schoongemaakt en de kooi om de dag. Fretten zijn heel schoon op zichzelf en gebruiken geen vuile poepbak, dan doen ze het liever elders in huis. Ik heb per week vier machines frettenwas. Bovendien zijn het vrij dure huisdieren, omdat je er nogal eens mee naar de dierenarts moet. Hoeveel tijd ik aan de fretten besteed? Nou ik beschouw het gewoon als een fulltime baan", zegt Schijf, die de kost verdient in Breda's Museum.
Voor frettenliefhebbers als Schijf en Den Biggelaar drukken alle nadelen van de fret de pret niet, maar dat geldt niet voor ieder frettenbaasje. Met de toegenomen populariteit van het beestje is ook het aanbod van fretten bij dierenasiels toegenomen. "Maar die zijn er niet op berekend", zegt Schijf, die op verzoek van de Dierenbescherming en het asiel in Breda met de stichting is begonnen.
"Het is een stichting, want anders wek je toch de indruk dat het om handel gaat. Dat is bij ons beslist niet het geval. Het gaat om de opvang. Een fret overleeft in het wild niet. Het is een huisdier dat verzorging nodig heeft en dat je niet op straat kunt zetten als je hem beu bent."
Red de fret zou dus het motto van de stichting kunnen zijn. Om de eerste verjaardag van het asiel te vieren, houdt de Frettenstichting zaterdag 5 juni, van elf tot vier, een informatiemarkt in café Sluis 1 aan de Wilhelminalaan 91 in Oosterhout.
Er is daar een dierenarts, fretten kunnen spelen in een speeltuin en er is de mogelijkheid om met de fret op de foto te gaan. Verder kunnen van fretten de nagels worden geknipt en voor kinderen is er een schminkhoek. De Frettenstichting aan de Louwersdonk 5 is bereikbaar op 06-44738678. Omdat wij naast de frettenstichting ook een volledige baan hebben werken wij alleen op afspraak. Bel dus eerst even als je langs wilt komen.