logo

De hermelijn

De hermelijn lijkt heel erg veel op de wezel, het verschil tussen beiden is dat de hermelijn iets groter is en de overgang van de rug naar de buik vacht een scherpe lijn is. Maar het meest herkenbare is de zwarte pluim aan het puntje van de staart. De hermelijn is ongeveer 18-30cm lang met een gewicht van 125-450gram.

In de winter verkleurt de vacht naar geel/wit. Hoe hoger in het noorden des te witter de vacht is, het zwarte staart puntje blijft. In Nederland zal je geen witte hermelijn tegenkomen omdat het hier niet koud genoeg is.

Qua eetpatroon verschilt de hermelijn ook niet veel met de wezel, echter vergrijpt de hermelijn zich ook aan de wat grotere kaagdieren zoals woelratten en konijnen. Ook is de hermelijn absoluut niet bang voor water, is hij in achtervolging van een prooi die in de sloot springt, dan zal de hermelijn zijn prooi zondermeer volgen.

Wel is de hermelijn meer 's nachts actief, behalve wanneer een moeder jongen heeft, dan gaat zij met haar kroost gerust overdag op stap op zoek naar prooi. Evenals bij de hermelijn geldt dat een zogende moeder veel meer eet dan normaal. In de winter doet de hermelijn het helemaal rustig aan en komt hij slechts een paar uurtjes per nacht tevoorschijn.

De hermelijn heeft de voorkeur voor dezelfde omgeving als de wezel, een beetje afhankelijk welk klein knaagdieren soort overheerst zal je óf meer hermelijnen tegenkomen óf meer wezels.

Ook voor het vaststellen van de populatie hier in Nederland geldt hetzelfde, ze worden gesignaleerd maar juiste aantallen zijn moeilijk in te schatten.

De voortplanting van de hermelijn is wel opvallend. De paartijd vindt plaats in mei-juni waarbij het mannetje door zijn eigen territorium zwerft op zoek naar moertjes. Na de paring wordt de draagtijd verlengd met ongeveer 280 dagen. Het verlengen van de draagtijd houdt in dat de bevruchte eicel zich een paar keer deelt en vervolgens stopt met groeien, pas na die 280 dagen gaat het embryo echt groeien en start de eigenlijke draagtijd van ongeveer 21-28 dagen. Dit verlengen van de draagtijd zorgt er voor dat de jongen in een gunstiger jaargetijde geboren worden.

De pups worden geboren tussen april en mei. Per nestje kunnen ongeveer 5-12 jongen geboren worden. Na de geboorte zijn de jongen blind en doof, na vier weken krijgen ze al hun eerste prooi en na 12 weken ontpoppen de jongen zich al als echte jagers. Rond deze tijd zijn ze ook al onafhankelijk van de moeder.

De hermelijn heeft helaas ook een adellijke geschiedenis, voor koningen en koninginnen werd de witte vacht van de hermelijn gebruikt om delen van de kroon en mantel van de koning te bekleden. In 1937 werd voor koning George VI een nieuwe mantel gemaakt met daarin de vacht van ongeveer 50.000 hermelijnen. Ook onze koningin heeft een dergelijke mantel als erfstuk gekregen, bij haar kroning in 1980 is een groot deel van die mantel vernieuwd.

Zie ook wikipedia

Ticket info - call 800-555-1212